Hoe we buren werden

Waar wij nu staan heette

hier

en de verte noemde men

ginder.

 

Tot het plots door lijnen

werd verdeeld

in ons en andermans gras.

 

Een streep veel dunner nog dan niks

bepaalde dat wij voortaan hetzelfde

en iedereen daarachter,

echt heel anders was.

 

Uit: ’s Nachts verdwijnt de wereld van Jaap Robben

 

Toen ik dit gedichtje las moest ik denken aan de relational frame theory (RFT) of in goed Nederlands de theorie over de aanleg die wij als mensen hebben om taal te kunnen leren en het leggen van relaties door die taal. Ook hebben we de mogelijkheid om taal te gebruiken voor het begrijpen van ons gedrag. De gedragstheorie (behaviourisme) beschrijft hoe we gedrag kunnen (aan)leren en afleren. De RFT helpt ons bij het inzicht krijgen waarom we de dingen doen zoals we ze doen. Hoe past dit bij dit gedichtje? Jaap Robben heeft het over ‘hier’ als ‘waar wij nu staan’. Dan is er dus ook een ‘ginder’. Dat is wat we in de verte zien. Als je het begrip hier leert, dan leer je ook het woord daar of ginder of ergens anders. Later heeft hij het over het trekken van een streep die bepaalde dat je er achter anders was. Dan is er dus ook een voor de streep. Voor peuters is het verschil tussen nu en straks nog heel lastig, maar ze leren het wel door het gedrag wat wij er bij laten zien. ‘We gaan straks fruit eten, maar nu ga je nog lekker even spelen’. Of ‘mama gaat straks met je naar buiten, maar we gaan nu eerst een broodje eten’. De RFT vormt de theoretische basis van de acceptance en commitment therapy (ACT) waar ik in de praktijk veel gebruik van maak. Als ik gepest ben als kind leer ik daarbij ‘ze vinden me niet leuk’. Daaraan kan zomaar de gedachte ‘ik ben niet leuk’ gekoppeld worden. Of die gedachte waar is is maar de vraag, maar hij zit er wel. Er is een verschil tussen de werkelijkheid (wat we daadwerkelijk meemaken) en onze gedachtenwereld (de wereld die we creëren met taal). Zo leren we in de loop van ons leven allemaal van dit soort verbanden.  Door oefeningen of spelen met de taal kun je leren die gedachten (of frames) minder serieus te nemen (er zijn namelijk heel veel andere mensen die mij wél leuk vinden bijvoorbeeld) en leer je anders naar deze gedachten te kijken. In die zin is ACT een aanvulling op de cognitieve gedragstherapie.

Dood is erger

Laatst maakte ik een post voor de sociale media ‘gelukkig zijn is niet een constante toestand, maar een piek op de golf van je getelde zegeningen’. Dit omdat boeken met in de titel het woord geluk niet aan te slepen zijn en ik vaak in de praktijk ook hoor ‘als mijn kind maar gelukkig is’ of ‘ik wil weer gelukkig worden’. Gelukkig zijn is heerlijk! De eerste keer je pasgeborene tegen je aan houden, je lief die zegt dat hij van je houdt of dat moment op een  zonovergoten terras met vrienden en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Sommige mensen hebben meer talent om dit gevoel wat langer vast te houden en bij anderen vloeit het net zo snel weer weg als het kwam. Na het eerste geluksgevoel meteen ‘ja maar’ denken. Een volle kamer op een verjaardag en toch teleurgesteld zijn dat net die ene vriendin er niet is. Met je gezin op vakantie, maar toch teleurgesteld zijn dat de camping niet was wat je er van verwacht had.

Mensen die langer kunnen surfen op de golf van getelde zegeningen zien vaak beter wat er wel is en minder wat er niet is. Mensen die meteen in het water liggen zien vooral die piek in de verte en vergeten dat ze op dat moment op hun eigen golf aan het surfen zijn. Het is niet zo gek. De oermens was geprogrammeerd om te onthouden wat er niet goed ging of waar potentieel gevaar was om te kunnen overleven. Voor de moderne mens is dit echter minder nodig.

En wat als er dan echt tegenslag is, hoe ga je daar dan mee om? Ook daar verschillen mensen in. Sommige mensen zijn letterlijk lam geslagen, anderen gaan afleiding zoeken of vermijden. Weer andere mensen zoeken juist naarstig naar oplossingen en gaan in de piekermodus. Een belangrijke manier van omgaan met tegenslag is jezelf geruststellen. Mijn oma zei altijd: ‘dood is erger’ en zij kon het weten. Ze had gelijk. Een aanrijding met alleen  blikschade is rot, maar dood is erger.

Zelf had ik de afgelopen weken ook behoorlijk wat tegenslag. Een samenwerking met een andere psychologenpraktijk heb ik op het laatste moment niet door laten gaan. Ik heb dit zinnetje toen vaak in mijn hoofd gehoord. Het maakte dat ik de tegenslag aan kon. Tijd om te vermijden had ik niet, want ik moest snel andere praktijkruimte huren (en opknappen). Wat ook helpt is er met anderen over praten. Ik heb collega’s van wie ik veel steun kreeg en het thuisfront was er voor me. Wat ik ook merkte was dat ik snel zag wat de voordelen waren van deze keuze, dus niet alleen het verlies van wat er niet zou komen. Als je nooit waagt val je niet, maar mis je ook veel moois.

De grootste hectiek is inmiddels achter de rug en het stof is nog niet helemaal neer gedaald, maar ik ben er niet dood aan gegaan. Inderdaad oma, dood is erger.