De zorg voor onze kinderen

Drie jaar geleden schreef ik een blog naar aanleiding van de documentaire ‘Ik ben geen probleemkind, ik ben een uitdaging’ een blog over mijn zorgen om de jeugdzorg. Na recente incidenten in Castricum met kinderen uit de gesloten jeugdzorg die in het voormalige Antonius wonen deel ik het nogmaals.

Onlangs was een prachtige documentaire te zien op NPO (https://www.npo.nl/2doc/15-05-2017/KN_1690883) over het Transferium in Heerhugowaard ‘Ik ben geen probleemkind, ik ben een uitdaging’.  Het was confronterend te zien dat sommige kinderen al zoveel op hun bordje hebben in hun jonge leven, terwijl anderen in een stabiele beschermde omgeving opgroeien. Ik kon het bijna niet verdragen dat deze kinderen achter gesloten deuren moesten zitten. Tegelijkertijd wist ik dat het in het belang van deze kinderen is en dat een team van deskundigen samen met de rechter keer op keer beoordeelt of de jongeren terug naar de samenleving kunnen. 

De rechter plaatst kinderen in het Transferium om te voorkomen dat ze (verder) in de problemen komen (www.transferiumjeugdzorg.nl). Sommige kinderen hebben een temperament  waarbij ze meer vatbaar zijn om te ontsporen, anderen groeien op in een omgeving die hun ontwikkeling ernstig bedreigt. Vechtscheidingen, alcohol- en drugsgebruik van ouders, verwaarlozing, mishandeling en misbruik zijn enorm beschadigend.

Zelf werk ik met kinderen die om diverse redenen aangemeld worden voor de jeugd-ggz. Kinderen die zo angstig zijn dat ze niet meer naar school durven, kinderen die suïcidale gedachten hebben, maar ook kinderen die onvoldoende profiteren van het onderwijs. Soms krijgen ze diagnoses als ADHD of autisme. Altijd staat de samenwerking met ouders voorop en betrekken we de school bij onderzoek en behandeling. Gezamenlijk proberen we de stagnatie in de ontwikkeling weer op gang te helpen. Daarnaast proberen we de ouder-kind interactie zo stabiel mogelijk te houden of als dat nog niet zo is te krijgen.

Sinds 2015 valt deze zorg onder de verantwoordelijkheid van de gemeentes. Het idee was dat gemeentes de zorg beter kunnen monitoren en meer passend kunnen bieden. Opvoedondersteuning waar mogelijk en psychiatrische behandeling zo nodig. De afgelopen paar jaar hebben we gemerkt dat het zo eenvoudig niet ligt. Aan de passende zorg gaat steeds vaker een zoektocht naar de juiste zorgverleners vooraf. Doordat de transitie ook een bezuinigingsmaatregel is, wordt zorg zuinig ingekocht met als gevolg enorme wachtlijsten in de zorg.

Ondertussen groeit mijn ongerustheid over hoe de jeugd-ggz nu georganiseerd is. Afgelopen week wilde ik een kind verwijzen naar een kinderpsychiatrische instelling voor meer specialistische zorg. In het overleg met desbetreffende gemeente hierover merkte ik dat de kosten leidend waren in plaats van het belang van het kind. Het is ondenkbaar dat we een kind bij wie een kinderarts in een regionaal ziekenhuis acute leukemie heeft geconstateerd, niet doorsturen naar een gespecialiseerd kinder-oncologisch centrum. In de jeugd-ggz gebeurt dit dagelijks en krijgen kinderen niet de zorg die ze nodig hebben.

De documentaire van Rolf Orthel heeft voor mijzelf nog meer duidelijk gemaakt dat we meer moeten  investeren in de jeugd-ggz. Het gaat om te voorkómen dat gedwongen opnames uiteindelijk het laatste redmiddel zijn. Hoe goed de zorg ook is bij Transferium Heerhugowaard, geen kind zou gesloten moeten hoeven zitten.

Normale reactie op een abnormale situatie

Aan het einde van mijn werkweek merkte ik dat ik moe was. Ik was sinds de maatregelen van het RIVM met betrekking tot het Corona virus vooral bezig met hoe ik de praktijk draaiende kon houden zonder face to face contacten, hoe toch mensen en gezinnen te kunnen blijven helpen. Tijdens het geruststellen van de ander merkte ik dat ik zelf af en toe me ook angstig voelde. Niet zo gek dat ik moe was. Toen ik me probeerde te ontspannen tijdens het werken in de tuin dit weekend bedacht ik me hoe deze periode moet zijn voor politici, landelijk, maar ook op gemeentelijk niveau. En kijkend naar aangepaste televisie programma’s dacht ik aan de journalisten en verslaggevers die de hele dag bezig zijn met het nieuws en niet even afstand kunnen nemen. Bij één van de praatprogramma’s schoof een spoedeisende hulp arts aan die in het oog van de storm gesprekken over het levenseinde moest voeren. Hij roemde zijn collega’s, de verpleegkundigen en andere artsen. Ongelooflijk wat zij doen en proberen zo goed mogelijk medisch te handelen met een virus dat nog zo onbekend is.
In de periode dat ik in het brandwondencentrum werkte heb ik me verdiept in het verschijnsel dat je door te werken met mensen die trauma meemaken je zelf getraumatiseerd kunt raken of te wel secundaire traumatisering. Hier moet ik nu ook weer aan denken. Hoe voorkomen we dat al die zorgverleners in de ziekenhuizen, maar ook de thuiszorgmedewerkers, de journalisten en de politici secundair getraumatiseerd raken? Toevallig zijn dit allemaal beroepen waarbij mensen zich dienstbaar opstellen, om het land te dienen, goede informatievoorziening te leveren en te helpen, zorg te leveren. Maar het zijn ook mensen met eigen emoties, bang om besmet te raken, bang voor hun familie, onzeker over de toekomst. Werken onder deze hoogspanning vraagt veel van je en het kost meer tijd om te ontspannen. Tijd die er eigenlijk niet is.
Op de werkvloer is het belangrijk dat je elkaar als collega’s steunt in de manier waarop je je werk doet. De onvoorwaardelijke steun van je collega’s is een belangrijke beschermende factor bij het voorkomen van secundaire traumatisering. Een andere beschermende factor is dat je je emoties durft toe te laten, het is oké dat je bang bent, oké dat het je raakt. En dat je dat kunt delen met anderen, je collega’s of je naasten. Ik weet van sommige verpleegkundigen dat ze in isolatie leven, omdat ze samenleven met iemand met een kwetsbare gezondheid. Dan is het des te belangrijker om contact te zoeken, ook al is het via beeldbellen. Ook al voel je de noodzaak om voortdurend beschikbaar te zijn, zorg dat je voldoende rust en afstand kan nemen. We weten niet hoe lang dit gaat duren, des te belangrijker om goed voor je zelf te zorgen.
Terwijl ik dit schrijf hoor ik dat een Duitse politicus zichzelf van het leven heeft beroofd. Geen idee of er al wat anders bij hem speelde, maar zorgelijk vind ik het wel. Wat wij als samenleving kunnen doen is in je directe omgeving oog te hebben voor degene die in zo’n kwetsbaar beroep werkt en op sociale media steunend te zijn en minder eisend. We moeten dit samen doen.