Vrouw

Nog niet zo

lang geleden

 

Wilsonbekwaam

door het huwelijk

 

(Kochten desondanks een huis

met handtekening van

hun man in telegram)

 

Maakten wat

van hun leven

 

(Stimuleerden hun man iets anders

te kiezen en sprongen in het diepe)

 

Onze oma’s

Onze moeders

 

Stimuleerden hun dochters

om te leren en te leven

 

Aanvaardden hun rol

onbegrensd dienstbaar

 

Leerden hun dochters

aanpassen en zorgen

 

Hoe dan ook dat ze

harder moesten werken

 

Dat hun stem niet

vanzelfsprekend

gehoord zou worden

 

Dat hun plek niet

vanzelfsprekend

gezien zou worden

 

Het op straat niet

vanzelfsprekend

veilig zou zijn

 

Dat er hoop op

verandering

zou zijn

 

Als ze van zich

zouden laten horen

 

Als ze zich

zouden laten zien

 

Dat ze gewoon vrouw

kunnen zijn

 

Zoals een man

man kan zijn

Het lekt thuis bij de loodgieter

Wij zorgverleners zijn vooral bezig met zorg verlenen. Het is ons vak, we voelen de verantwoordelijkheid en we willen er voor de ander zijn. Soms gaat dit ten koste van onszelf. We gaan net wat langer door dan eigenlijk goed voor ons is. Als we onze agenda een beetje indikken dan past die ene spoed cliënt er nog net tussen.

Ik heb wel eens eerder geschreven dat ik aan het eind van de werkdag met gierende banden tot stilstand kwam. Dat heb ik gelukkig al heel lang niet meer. Door schade en schande wijs geworden.

Ik moest hier aan denken toen ik  ‘Een dun streepje toeval’ van Remke van Staveren las. Remke is psychiater en ontwikkelde ten tijde van de Covid pandemie zelf psychische klachten. In het boek beschrijft ze haar eigen zoektocht naar wat er nou aan de hand was en haar proces van herstel. Ook beschrijft ze hoe de Covid pandemie van invloed was/is op de mentale gezondheid van ons allemaal. Voor mij is de rode draad van het boek dat we allemaal kwetsbaar kunnen zijn voor psychische en/of lichamelijke klachten en dat de verhalen die we maken van wat we meemaken daar een rol in spelen. Natuurlijk speelt aanleg ook een rol. Het is niet nature óf nurture, maar nature én nurture. In haar zoektocht duikt ze via een bosbad letterlijk in de natuur en oefent ze zich in mindfulness. Uiteindelijk eindigt ze in mildheid voor zichzelf en dat het nooit te laat is om de weg naar herstel te vinden. Wat herstel in jouw specifieke situatie dan ook betekent. Maar ook dat delen helpt. Daarom is het zo mooi dat er ook onder zorgverleners meer openheid komt over hun eigen ziek en zeer.

Ik las het in stukjes, terwijl ik zelf ziek was. Een stomme verkoudheid had mijn longen weer een optater gegeven waardoor ik ‘geen kikker van de kant af kon duwen’ zoals ik het altijd noem. Het was heel frustrerend om werkafspraken af te moeten zeggen, maar ook een al lang gepland gezellig weekend met een goede vriendin. Het hielp niet dat het prachtig weer was.  Ik zei tegen iedereen ‘het is wat het is en het wordt vanzelf wel weer beter’. Tegelijkertijd was ik ook knorrig en had  misschien toch een beetje zelfmedelijden. Dat mocht ik dan weer niet van mezelf hebben. Een lekker robbertje vechten met mezelf. Niet bepaald practice what I preach. Net zoiets als de loodgieter die er niet aan toe komt om zijn eigen druppende kraan te repareren.

Het lezen van het boek van Remke van Staveren hielp me om ook weer een beetje mild voor mezelf te worden en accepteren dat het nu was zoals het was. Grappig genoeg begon toen ‘mijn kop vol snot’ een beetje op te klaren.

Stille getuigen

Eens in de zoveel tijd

komt er een leider

die leidt om het leiden

Niet gehinderd door

empathie of het vermogen

lief te hebben

Angst regeert en

haat ligt op de loer

 

Het was in het vroege

voorjaar en je

had nu nog de

kans te kiezen

De geschiedenis zou

leren of het het goede was

 

De eerste krokussen

klein nog stonden

in bloei en op de

takken verscheen

het eerste groen

Net als toen

Als stille getuigen

Vertraging en plezier!

Bijna het einde van het jaar. Het is druk, zowel op je werk als privé. Dat verslag moet liefst nog voor de kerstvakantie af en je kinderen hebben kerstdiner op school. Je voelt de vermoeidheid en je lontje is wat korter, maar je laat het niet echt toe. Het moet allemaal nog even. Herkenbaar?

Op alle werkplekken speelt dit, maar in geefberoepen zoals de zorg of het onderwijs merk je dit nog meer. Er wordt veel van je gevraagd en je voelt je verantwoordelijk. Je hoopt dat je cliënt wat beter deze maand door komt en je gunt je leerling een fijne kerstvakantie. En dan word je ook nog gebeld door ouders met een urgente vraag die niet tot januari kunnen wachten. Vinden zij…

Zelf ben ik regelmatig ziek geweest in kerstvakanties. Toch wat te lang door gegaan, toch nog wat te hard gewerkt. Onlangs zei een cursist in de training zelfzorg, dat ze vond dat ze goed gewerkt had als ze doodmoe thuis kwam. Herkenbaar?

Het heeft mij tijd gekost om te leren dat je eerder op de rem mag trappen. Dat je die intake niet zo vlak voor de kerst hoeft in te plannen, maar dat dat ook in januari kan, zodat je de overgebleven tijd kan gebruiken voor andere zaken die belangrijk zijn. Eén van de manieren voor mij was om mijn agenda al wat ruimer in te plannen richting de feestdagen. Cijfers die aangeleverd moesten worden naar de gemeente en het CBS en het jaar dat financieel afgesloten moest worden hoefden dan niet in de vakantie. Gek genoeg ging mijn omzet er niet van omlaag en ik ging fitter de vakantie in.

Het hielp ook om wat minder streng voor mezelf te zijn en te bedenken dat de december maand thuis ook hectisch was. Waar ik anders 100% + in de praktijk gaf mocht het deze maand 100% – en dat was oké. Ook voor mijn collega’s en zeker ook voor mijn cliënten.

Er is nu ook in de context meer onrust, verder weg door oorlog, maar ook dichterbij als je je nu bijvoorbeeld als zzp-er onzeker voelt. Misschien slaap je daar slechter door. Hoe groter de onrust hoe belangrijker het is om daar bij stil te staan en te erkennen dat je er last van hebt. Van daaruit kun je dan kijken waar je wel invloed op hebt.

Hoe dan ook, ik wens je vertraging en plezier tijdens de feestdagen en een mooi en gezond 2025!

Oordeel

Je moet laten weten aan welke kant je staat. Je bent voor of je bent tegen. In tijden van oorlog en toenemende polarisatie is het des te belangrijker om de stem van nuance te laten klinken. Voor iedereen is de waarheid anders. Het is maar net van welke kant je iets bekijkt.

In contact met anderen hebben we altijd ons eigen referentiekader en hebben we razendsnel ons oordeel klaar. Het is de kunst om het verhaal van de ander te respecteren en ons bewust te zijn van ons eigen oordeel waardoor we het kunnen parkeren. We hoeven niet alles te zeggen wat we denken.

Wanneer de ander een gevoelige snaar bij ons raakt lukt het vaak niet om ons oordeel te parkeren. Ons emotionele brein neemt het over en reageert minder doordacht. Wanneer de communicatie stroef verloopt of iemand reageert geïrriteerd is er vaak sprake van een geraakte gevoelige snaar. Dat kan onzekerheid zijn, de angst om niet gehoord te worden, zich bedreigd voelen of (het gevoel) dat een grens overschreden wordt. We zijn geen robots en dit overkomt ons allemaal wel eens. De piekeraars onder ons gaan dan ook nog eens malen over hun eigen reactie. Dat laatste lost niets op. Gedane zaken nemen geen keer en vaak is het ook helemaal niet zo erg. Het helpt om even afstand te nemen van de situatie of de gevoelige snaar te erkennen. Vooral in relaties is dat belangrijk. Kunst is dan wel dat je je eigen gevoelige snaren leert kennen.

Wat helpt is om het gesprek aan te gaan en echt te luisteren naar elkaar. Wat ook helpt is je te verdiepen en de feiten op een rijtje te hebben.

Pijn en lijden

Herken je dat? Dat met alle ellende op het nieuws en oorlogen die niet voorbij gaan je geneigd bent om je eigen pijn of verdriet weg te wimpelen? ‘Ik moet niet zeuren, ik heb een dak boven mijn hoofd en ik hoef niet te vluchten. Mijn familie leeft nog’. Het is een begrijpelijke reactie en kan ook helpen om je eigen pijn of verdriet te relativeren. Aan de andere kant kan het zijn dat je je somberder gaat voelen of een kort lontje krijgt. Wanneer je je eigen pijn te veel relativeert en dus eigenlijk negeert klopt hij via een omweg aan je deur. Je hebt dan niet altijd meteen door dat het je eigen pijn is die om erkenning vraagt. We maken allemaal pijnlijke dingen mee in ons leven, een dierbare die overlijdt, verlies van gezondheid, teleurstelling op je werk of privé of ander zeer dat je raakt. Het leven is geen wedstrijd en pijn kan je niet met elkaar vergelijken. Ook al heb jij een dak boven je hoofd en voldoende te eten, teleurstelling en verdriet over een mis gelopen relatie is ook pijn en goed om te erkennen en bij stil te staan. Binnen de Acceptance en commitment therapie (ACT) hebben we het over de pijn en het lijden in de zin van de pijn zelf (de verloren relatie bijvoorbeeld) en je worsteling daarmee (het lijden). Je kunt je zelf pijnigen met wat je zelf verkeerd gedaan zou hebben of de pijn wegdrukken door te focussen op veel afspreken met andere vrienden. Vaak is onze worsteling met het verlies groter dan het eigenlijke verlies zelf. Als het verdriet om het verlies en de pijn die je daarvan ervaart er mag zijn krijgt de pijn letterlijk ruimte om zachter te worden. Wanneer we blijven worstelen en piekeren krijgt de pijn elke keer een nieuwe impuls en wordt vaak ook indringender. Heb je teleurstelling, verlies van liefde of gezondheid voor de kiezen gekregen probeer dan mild voor jezelf te zijn en de pijn van de teleurstelling er te laten zijn. Als je minder vecht tegen dat nare gevoel en het lijden kleiner wordt dan de pijn zelf komt er ruimte om te helen. De ellende in de wereld is er ondertussen niet anders van geworden en het is niet zo gek dat je je daar druk om maakt. In een volgend blog meer over hoe je daar mee om kunt gaan.

Leef je het leven dat je wil?

Soms kun je het gevoel hebben dat je in je leven van de ene situatie in de andere rolt. Je kwam je partner toevallig tegen op je werk, je bent blijven hangen in de baan die je kon krijgen toen je op zoek was en je woont in het huis dat je kan betalen. Ben je er tevreden mee? Heb je gevoelens van onvrede? Dan kan het goed zijn om te onderzoeken of je het leven leidt dat je graag zou willen.

Ik stel in de praktijk dan wel eens de vraag ‘wat zou je doen als je de jackpot wint?’ Dan kun je natuurlijk meteen zeggen dat je een groot huis met zwembad zou kopen of een huis in Oostenrijk en misschien ook nog wel een Maserati, maar wat zou je dóen? Hoe ziet je leven er uit?

Binnen ACT (acceptance and commitment therapy) noemen we dat leven naar je waarden. Ik heb al eens eerder ACT getagd aan mijn spreekkamerverhalen en een verhaal geschreven over de onderliggende theorie van deze behandelvorm (‘hoe we buren werden’), de relational frame theorie (de theorie dat we niet alleen leren door ervaringen, maar ook indirect door onze taal). ACT is een vorm van (cognitieve) gedragstherapie ontwikkeld in de jaren 90 van de vorige eeuw door Steven C.Hayes in Amerika.

In dit verhaal geef ik meer uitleg geven over de zes pijlers (hexaflex) van ACT en hoe je psychologisch meer flexibel kunt worden. De pijlers zijn:

  • Acceptatie (ruimte geven aan alle gedachten en gevoelens, ook die we niet willen hebben)
  • Mindfulness (met aandacht in het hier en nu zijn, zodat we alles wat rondom ons en in ons gebeurt kunnen ervaren en voelen)
  • Defusie (leren dat onze gedachten gebaseerd kunnen zijn op aannames, veronderstellingen, misvattingen en andere taalconstructen die niet persé op waarheid gebaseerd zijn)
  • Zelf (ons eigen zelfbeeld onderzoeken: wie ben ik en wie zou ik willen zijn? Ben je je eigen beste vriend of zou je met meer zelfcompassie naar jezelf kunnen kijken?)
  • Waarden (ons bewust worden van wat we echt willen in dit leven, wat we echt belangrijk vinden)
  • Toegewijd handelen (bereid zijn om ons eigen gedrag af te stemmen op onze waarden, zodat we ons leven leiden zoals we het willen en niet zoals de omgeving het dicteert)

Deze pijlers zijn niet los te zien van elkaar en staan met elkaar in verbinding. Tezamen zorgen deze elementen voor Psychologische flexibiliteit: het vermogen flexibel om te gaan met de problemen die op ons pad komen (acceptatie), terwijl je actie onderneemt op basis van je waarden (commitment).

Collega Gijs Jansen, schrijver van meerdere boeken over ACT heeft recent dit model nog concreter proberen te maken door de pijlers onder te brengen in hoofd, lijf en hart.

Het hoofd heeft strenge regels voor ons en vertelt ons dat we maar niet op zoek moeten naar die nieuwe baan, want je weet nu wat je hebt, ook al heb je het niet meer naar je zin. Je hoofd vertelt je ook dat je al van alles geprobeerd hebt en dat het allemaal niet werkt, je bent nu eenmaal zo en je houdt bijvoorbeeld niet van grote groepen. Je hoofd zorgt er voor dat je blijft piekeren en slecht slaapt of houdt je onzeker. Maar je kunt ook proberen wat meer afstand te nemen van je verstand en proberen je gedachten niet zo serieus te nemen.

In je lijf voel je of je in het hier en nu bent of dat je juist gestrest bent, je lijf zet je in beweging als je bereid bent om het anders te doen en niet te vechten tegen nare gevoelens.

En doe je wat je in je hart echt wil (waarden), ben je mild voor jezelf en kun je positief over je zelf denken en kun je ook echt handelen naar je hart (toegewijd handelen)?

Ik ben erg enthousiast over deze indeling. We zijn namelijk wie we zijn mét ons hoofd, mét ons lijf en last but not least mét ons hart. Dus nog een keer de vraag ‘leef je het leven dat je echt wil?’ Probeer dan niet te focussen op alle belemmeringen die je hoofd verzint, maar probeer te luisteren naar wat je hart je ingeeft en kijk of je van daaruit bereid kunt zijn om daarnaar te handelen, al is het maar een klein stapje.

Voor dit blog heb ik gebruik gemaakt van de boeken ‘How to ACT’ van Gijs Jansen (2019, Uitgeverij Thema) en ACT in de praktijk van Russ Harris (2020, Hogrefe Uitgevers bv). De afbeeldingen zijn gemaakt door het team van ACTguide (e-health en opleidingen) onder redactie van Gijs Jansen.

Grens

Ze slaapt slecht, piekert veel en nu zit ze bij mij in de spreekkamer.

In augustus waren ze naast hen komen wonen. Het was zomer, prachtig weer en ze waren veel buiten geweest. Hartelijke mensen waren het, die gemakkelijk contact maakten. Ze gingen voortvarend klussen in huis en tuin en hadden ook ideeën over de erfafscheiding. De trouwe coniferen die er al twintig jaar stonden wilden ze graag vervangen voor een praktische schutting. Aanvankelijk waren het gezellige praatjes. Ze had hun de snoeischaar geleend, de vouwladder en de maaimachine. Zij boden aan tegelijkertijd ook bij hen te snoeien en opperden een gezamenlijke buitenlamp in de steeg. De nieuwe buurman zou hem wel installeren, geen enkel probleem. Ze werden uitgenodigd voor de barbecue waarbij het fijn was als ze hun eigen salades en vlees of vis mee wilden nemen, want dan wisten ze zeker dat ze lekker aten. Stiekem verlangde ze naar de herfst, naar wind en kou zodat ze ze niet steeds tegen zou komen. De toon van de buren veranderde toen ze aangaven gehecht te zijn aan de coniferen en het zonde vonden om ze zomaar weg te doen. Ze hadden toch helpen snoeien en toen ze een weekje weg waren de tuin gesproeid? Ze kon zich ineens voorstellen dat mensen naar de rijdende rechter gingen.

Het was inmiddels oktober en de buurman kwam via de achterdeur binnen met een zak gemengde tulpenbollen. Hij had ze in de aanbieding gekocht en had ook voor hun een zak. Hij zou ze ook wel even voor ze planten. Ze zei dat ze eigenlijk niet van tulpen hield, dat ze het zulke stakerige bloemen vond. Hij wuifde het weg en begon met planten ondertussen orerend hoe mooi dat zou staan in het voorjaar. Haar keel voelde alsof hij dicht zat en haar hart bonkte in haar keel. Hoe kon ze nu duidelijk maken dat ze niet van dit aardige gebaar gediend was zonder hem te kwetsen?

De volgende dag sprak ze de buurvrouw en probeerde haar te vertellen dat ze het heel aardig vond, maar dat ze liever baas was in eigen tuin. Het werd geen gezellig gesprek. Hoe kon ze zo ondankbaar zijn, ze hadden alles voor hun buren over want een goed burencontact was belangrijk. Er kwamen nog meer verwijten. Dat ze soms alleen maar groette en niet even een praatje maakte.

Ik vertel haar dat sommige mensen met op het oog aardig gedrag heel grensoverschrijdend kunnen zijn. Als de ander dan zijn grenzen aangeeft wordt dat niet gewaardeerd, want ze hadden het toch zo aardig bedoeld? Dan zijn ze gekwetst en niet goed aanspreekbaar op hun gedrag. Vaak zijn dit ook mensen die aan de ene kant heel erg op zoek zijn naar bevestiging (‘kijk mij eens aardig zijn!’) en anderzijds vinden dat ze het gelijk altijd aan hun kant hebben (‘ik bedoel het zo goed en ze snappen me niet!’). Het enige wat helpt is rustig en duidelijk te blijven. Het contact zal er door minder hartelijk worden, maar dat wordt het sowieso toch.

(gelijkenissen met de werkelijkheid berusten puur op toeval)