Een nieuw jaar, een nieuw begin

We wandelen het nieuwe jaar in. Voor velen van ons een reden om na te denken wat we willen, starten met goede voornemens. Het voelt als nieuwe rondes, nieuwe kansen en dat is het ook. Maar elke dag heeft nieuwe rondes en nieuwe kansen! Dit jaar ben ik 30 jaar praktiserend psycholoog en gaat mijn praktijk ook een nieuwe fase in. Ik blijf supervisie geven. Daarnaast ga ik trainingen opstarten (heb ik eerder gedaan, maar het kwam er maar niet van om het weer op te pakken) en ga ik op een andere manier behandelen. Wandelend in het buitengebied van Castricum of online. Wie weet wandelt u een stukje met mij mee. Ik wens iedereen een mooi en gezond 2024 en bovenal in verbinding!

Einde van het jaar

Aan het einde van het jaar zijn we geneigd om terug te kijken naar het afgelopen jaar. De lijstjes, aangevoerd door de top 2000 zijn niet aan te slepen. Wie zijn er overleden, wat waren de beste boeken en de slechtste films van het jaar. Ook blikken we vaak vooruit. Wat gaat het nieuwe jaar ons brengen en sommige van ons hebben ook nog goede voornemens. Nu écht stoppen met roken, minder drinken en meer sporten. Het einde van het jaar is ook een tijd van bezinning. Doe ik nog de dingen die ik graag wil doen. Ben ik met de mensen met wie ik graag wil zijn. Kortom leef ik naar mijn waarden en doe ik de dingen die belangrijk voor me zijn. Daarvoor is het nodig om van een afstand te kijken naar de dingen die je gedaan hebt, nog wil doen en of die passen bij wat belangrijk is voor jou. Daarbij kan het helpen om te gaan voelen. Voel ik me goed bij wat ik doe of krijg ik er hoofdpijn van. Sta ik onder druk en waar maak ik me zorgen over. Hier de tijd voor nemen geeft geen instant oplossing, maar kan je wel de weg wijzen waar je naar toe wil. Je kunt druk ervaren op je werk, je niet goed (meer) voelen in je relatie of je juist heel erg zorgen maken over de samenleving. Door afstand te nemen, stil te staan en te voelen kun je hier meer zicht op krijgen. Daarna kun je kijken wat wel of niet binnen je cirkel van invloed ligt. Als het gaat om de samenleving, het klimaat of oorlog kun je je erg machteloos voelen. Onderzoek dan welke kleine bijdrage je wel zelf kunt doen waardoor je je iets minder machteloos voelt. Iets aardigs doen voor je alleenstaande buurman, de kachel een graadje lager zetten, een donatie aan een goed doel. Het afgelopen jaar heeft je misschien ook mooie dingen gebracht. Fijne momenten met familie en vrienden, mooie samenwerkingen. Die nog eens de revue laten passeren kan een enorm gevoel van voldoening en dankbaarheid geven. En een nieuw jaar biedt altijd weer nieuwe rondes, nieuwe kansen. Op naar 2024!

Hoop

‘Het leven zelf leert je’ is een uitspraak binnen ACT (acceptance and commitment therapy). Ja, dat is waar en mooi gezegd, maar in het ene leven krijgen mensen wel meer op hun bordje dan in het andere leven. In de christelijke traditie wordt dan gezegd ‘je krijgt last naar kracht’. Dat vind ik er nog al eentje. Alsof je er zelf om gevraagd hebt. Sommige keuzes in je leven maak je heel bewust en soms blijkt zo’n keuze achteraf geen goede keuze te zijn. Soms lukt het dan nog om een andere afslag te nemen, soms ook niet. Andere keuzes worden voor je gemaakt. Bijvoorbeeld als je ziek wordt, het bedrijf waar je werkt failliet gaat, je een kind verliest of de leiders van je land een oorlog beginnen. Zie daar maar eens mee om te gaan. Bij de beelden over de Gaza-strook zie ik wanhoop bij mensen en paniek. Waar moeten we naar toe en wat als het voedsel en water straks op is. Begrijpelijke paniek. En gek genoeg zien we ook beelden van mensen die met de moed der wanhoop toch iets proberen. Ze hebben geen controle over de raketten en waar ze neer zullen vallen, maar helpen wel met het verdelen van de stroom bij de generator die nog werkt. Edith Eger* zei over haar lijden tijdens de tweede wereldoorlog ‘lijden is universeel, maar slachtofferschap is een keuze’. Zij werd sterk beïnvloed door Victor Frankl** die schreef dat je zelfs als je het moeilijk hebt je je doel voor ogen moet houden, zodat je het lijden kunt zien als een uitdaging. Ga er maar aan staan. Ook hij was holocaust overlever. Ik interpreteer dat doel voor ogen hebben ook als hoop houden op betere tijden en in het lijden kijken naar waar je wel grip op hebt.

De afgelopen dagen las ik ‘het zoutpad’ van Raynor Winn. Inmiddels is ze alweer een paar boeken verder, maar ik las het nu. Het vertelt het verhaal van de schrijfster en haar man die alles kwijt raken wat ze opgebouwd hebben, hun huis en bestaan (ze runden een B&B) door een investering in het bedrijf van een vriend dat failliet ging. Tot overmaat van ramp kreeg haar man ook nog een degeneratieve neurologische aandoening zonder perspectief. Zonder nog iets te kunnen verliezen, want alles al kwijt besluiten ze het South West Coastal Path te gaan lopen. Een indrukwekkend boek (ik kan niet wachten om haar volgende boeken te gaan lezen) over rouw en verlies en ongelooflijk ongemak. Met weinig geld altijd keuzes moeten maken. Als je de veerboot wil nemen heb je minder geld voor eten. Ze kamperen wild en worden steeds meer één met de natuur. Ze hebben een doel, het wandelen van het pad. Hoewel ze in het begin nog niet te ver vooruit durven denken. Het is ook een boek van hoop, omdat tegen de verwachtingen van de artsen in het wandelen goed blijkt te zijn voor de gezondheid van Moth, haar man. Door het wegvallen van hun bezittingen en inkomen worstelen ze ook met wie ze nu nog zijn. Ze blijven elkaars partner en de ouders van hun volwassen kinderen. Het is een prachtig voorbeeld van hoe je in het lijden kan kiezen om geen slachtoffer te zijn. Hoewel de momenten van wanhoop en zelfmedelijden er natuurlijk zijn. Dan blijkt in het verhaal ook dat het erkennen van de pijn uiteindelijk ruimte geeft om toch verder te gaan met het doel, in dit geval door het ene been voor het andere zetten.

 

*Edith Eger is Amerikaans psycholoog, holocaust overlever en auteur van De keuze, leven in vrijheid

**Victor Frankl was een Oostenrijks neuroloog en psychiater en ontwikkelde als holocaust overlever een vorm van psychotherapie, de logotherapie. Dit is een hoopgevende psychotherapie, die naar de mogelijkheden van een persoon kijkt. Ik verwijs hierboven naar zijn boek De zin van het bestaan.

Chaos

Als de wereld chaos is, dichtbij of via het nieuws veraf, ligt machteloosheid op de loer. Soms staat je eigen leven op zijn kop door scheiding of verlies. Of zoals nu de oorlog in Israël en het enorme bloedvergieten. We zien de beelden en kunnen er niks mee, maar moeten er wel mee omgaan. Net zoals bij Corona en natuurrampen is het ook bij oorlog belangrijk om het nieuws gedoseerd tot je te laten komen. Zelf probeer ik ook altijd achtergrondartikelen te lezen om te begrijpen wat er niet te begrijpen valt. Of juist te luisteren naar mensen die nuance laten zien.

 

Omarm

 

Als de wereld

in brand staat

machtige mannen

vervuld zijn van haat

 

Omarm me dan

en laat ons

luisteren en

proberen

 

Te begrijpen wat

niet te begrijpen

valt en diep

in onze ziel raakt

 

Omarm me dan

zodat ik ook

de ander

omarmen kan

Warmte in september

Zelfs de vogels

denken dat het

nog augustus is

 

Ook al begint

de dag nu

koud en vochtig

 

Veranderen

de bladeren

bijna van kleur

 

De zon schijnt

op volle kracht

warmte in de dag

 

Alleen de spinnen

met hun web zijn

het niet vergeten

Waar doen ze het toch van

Ze trokken al jaren samen op. Woonden in het zelfde buurtje in een vergelijkbaar huis. Erg gezellig om dicht bij elkaar te wonen en zo nodig op elkaars kinderen te kunnen passen. Met de kinderen waren ook de eerste rimpelingen gekomen. Het leek wel of hun kinderen alles konden, gemakkelijk leren, muzikaal en ook nog sportief. Haar eigen kinderen hadden niks met muziek en er waren veel gesprekjes met de juf. Voor haar zoon, omdat hij het lastig vond om met de andere kinderen om te gaan. Voor haar dochter, omdat zij vermoedelijk dyslectisch was. Teamsporten waren voor haar beide kinderen niks, maar gelukkig vond haar zoon atletiek wel leuk en hield haar dochter van zwemmen. Ze ging nu voor haar snorkeldiploma. Soms voelde ze een steek van jaloezie. Wat zou het fijn zijn als haar kinderen ook ergens echt goed in zouden zijn. En ja hoor, hun dochter had de hoofdrol in de groep acht musical. Bovendien ging ze naar het gymnasium. Deze zomer gingen ze ook nog een reis maken naar Thailand. Zelf werd ze het meest blij van kamperen, maar ergens stak het toch. Waar deden ze het toch van? Ze vond deze gevoelens vervelend. Wilde niet jaloers zijn. Haar man snapte er niks van. Hij vond hun leven prima zo en ook niks mis met de kinderen ‘ik ben zelf ook dyslectisch en ook prima terecht gekomen’ zei hij als ze er een opmerking over maakte. Waarom had hij hier geen last van en zij wel? Ze was sowieso vaak onzeker. Op haar werk niet zo. Ze wist dat ze goed was in haar grafische vormgeving, maar privé wel. Was ze wel aardig genoeg. Zouden ze haar wel mee vragen naar de film. Was haar huis leuk genoeg. Op de verjaardag van haar kinderen was ze altijd extra gespannen. Zouden er wel mensen komen en zouden ze het wel gezellig vinden? Op de dag zelf was ze dan altijd snibbiger dan ze zou willen met als gevolg dat ze nog onzekerder werd en boos op zichzelf. Die verjaardag leidde het ook tot ruzie met de vrienden die deze keer niet wilden blijven eten, omdat ze nog een verjaardag hadden.

Deze uitbarsting was voor cliënte aanleiding om zich bij ons aan te melden. Ze wilde deze jaloerse gevoelens niet meer en meer tevreden zijn met haar eigen leven. Jaloerse gevoelens hangen vaak samen met onzekerheid om afgewezen te worden en een gevoel van tekort schieten, niet goed genoeg zijn. In dit geval ook dat haar kinderen niet goed genoeg zijn. Daarnaast zijn de gevoelens van afgunst (‘waar doen ze het toch van’) ook een verwijzing naar de eigen verlangens (‘wat wil ik in mijn leven’) en zelfbeeld (‘ben ik wel goed genoeg’). Jaloezie en afgunst zijn negatieve emoties en vaak hebben we moeite met het accepteren van negatieve emoties. Toch is het goed om ze onder ogen te zien en te erkennen dat het voor jou zo voelt. Daarnaast kunnen we gaan kijken wat maakt dat ze juist in dit contact jaloezie voelt. Als je blij wordt van je eigen kampeervakanties waarom zou je dan jaloers zijn op hun reis naar Thailand. Of zou je het misschien zelf ook graag willen (verlangen) of denk je dat je het eigenlijk zou moeten doen (zelfbeeld). Door samen op onderzoek te gaan naar haar eigen waarden en verlangens en naar haar relatie met haar zelf (ik ben goed zoals ik ben) krijgt ze meer zicht op de voedingsbodem van de jaloezie. Door de gevoelens niet weg te duwen, maar juist te erkennen komt er ruimte om ze milder te laten worden. Door die ruimte kun je ook door een mildere bril naar je eigen kinderen kijken en focussen op hoe leuk ze zijn en wat er allemaal wel goed gaat. En wat het contact met de vrienden betreft? Je hoeft je dan niet meer af te vragen waar ze het van doen en gunt ze van harte hun reis naar Thailand.

(De genoemde cliënt is fictief; elke overeenkomst met bestaande personen berust op toeval)

Grenzen aan de veerkracht

Ik krijg veel vragen over de effecten van de Corona pandemie op ons allemaal en onze kinderen en jongeren in het bijzonder. Ik probeer hier een aantal vragen te beantwoorden.

Hebben kinderen en jongeren veel last van de effecten van de coronapandemie?

Ik zie dat jonge kinderen enorme veerkracht hebben, kinderen die net naar school gaan weten niet beter dan dat het is zoals het nu is. Bij jonge kinderen is het belangrijk hoe flexibel ouders er mee om gaan. We hebben allemaal beperkingen, maar sommige ouders gaan daar heel creatief mee om en organiseren een ‘drive in verjaardag’ bijvoorbeeld. Voor sommige jonge kinderen is het wel lastig dat ouders niet de klas in mogen, maar als je niet beter weet is het minder een probleem. Voor de oudere basisschooljeugd wordt het al lastiger. Die willen meer ondernemen en zijn zich meer bewust van de beperkingen (bijvoorbeeld dat ouders niet bij sportwedstrijden aanwezig mogen zijn). Ik hoor basisschool kinderen regelmatig zeggen dat ze corona stom vinden. Verjaardagsfeestjes moesten uitgesteld worden, thuisonderwijs, deels naar school, weer thuis onderwijs en vervolgens weer naar school. We vragen veel van de flexibiliteit van kinderen. Voor middelbare scholieren en adolescenten is naast dat je je steeds maar weer aan moet passen vooral de sociale inperking een probleem. Als tiener ben je bezig met je eigen identiteit en is de sociale groep heel belangrijk. De lockdown, thuisonderwijs en het feit dat je niet uit kunt is daar belemmerend in. Adolescenten hebben sociale honger.

De aanpassing vraagt veel van onze kinderen en vooral tieners en adolescenten missen de sociale contacten en de vrijheid om af te kunnen spreken. Binnen de praktijk zien we onder middelbare scholieren veel sociale angst. Dat varieert van niet het onderwijs durven volgen voor een camera tot het heel eng vinden om klasgenoten op school weer onder ogen te komen. Met name de eerste keren (naar de brugklas of starten met een opleiding) zijn dan lastig. De introductie van je studententijd verloopt niet zoals je gehoopt had. Starten in de brugklas is al eng, maar als iedereen dan met een mondkapje loopt is het nog lastiger om je thuis te laten voelen op je nieuwe school. Ook zien we meer stemmingsklachten bij jongeren. Minder bewegen, minder doelen en tegelijkertijd nadenken over je leven kunnen leiden tot sombere gedachten.

Tegelijkertijd zie ik ook kinderen zeer vaardig worden. Bijvoorbeeld 10-jarigen die tijdens het thuisonderwijs zelf afspraken om in een meet samen aan school te gaan werken.

Wat is de impact van de pandemie op de samenleving als geheel?

Dit kan ik maar deels overzien. Wat we zien is dat iedereen anders omgaat met de pandemie en de informatie die we via de overheid en media tot ons krijgen. Een gevolg die ik daarvan zie binnen onze praktijk is dat er spanningen tussen vrienden, binnen families en binnen gezinnen komt over hoe om te gaan met de maatregelen en adviezen en met vaccinatie. Bijvoorbeeld ouders die hun kind van 14, 15, 16 verbieden om zich te laten vaccineren of ouders die wel willen dat hun kind zich laat vaccineren, maar de beslissing bij hun kind laten en het kind niet goed kan overzien wat het nu moet kiezen. Ouders hebben het beste met hun kind voor, maar gaan soms voorbij aan wat het kind zelf zou willen. Er wordt dus ook wat gevraagd van ouders. Belangrijk is dat mensen, ook ouders en kinderen met elkaar in gesprek blijven en het respecteren van elkaar dat je het niet met elkaar eens bent. Dat is lastig, maar wanneer je overtuigd bent van je eigen gelijk laat je je niet overtuigen. Ook zie ik veel angst, angst voor besmetting, angst om een ander te besmetten. Ouders van jonge kinderen die voorzichtig willen zijn met hun 70+ ouders, terwijl diezelfde ouders het met de regels niet zo nou nemen. Dat geeft enorm veel stress. Die stress voedt vervolgens de angst weer.

Wat is in het algemeen de sociale/psychologische impact van een tijd in lockdowns leven voor kinderen/pubers.

Ik realiseer me heel goed dat wat wij in de praktijk zien niet een doorsnee van de hele populatie is. Ik denk dat ook veel mensen veerkrachtig zijn een modus vinden om met de pandemie te leren leven. Maar we zien een toename van (sociale) angstklachten bij jongeren, we zien een toename van stemmingsklachten bij zowel kinderen als volwassenen en we zien een toename van spanningsklachten binnen gezinnen en families. Mensen die zich alleen voelen staan binnen hun familie, die het niet eens is met de maatregelen. Mensen die in verwarring zijn en niet goed weten wat ze nu wel of niet moeten doen.

Kunnen we iets betekenen voor kinderen en jongvolwassenen die het zwaar hebben in deze pandemie?

We kijken natuurlijk allereerst naar wat de belangrijkste klachten zijn waarmee iemand bij ons binnenkomt. In de eerste lockdown heb ik een telefonisch spreekuur gehad. Ik merkte dat mensen bang waren, we kenden het virus nog niet goed. Het nieuws ging 24/7 over Corona. Ik raadde mensen dan ook wel aan om het nieuws te doseren en juist ook andere dingen te bekijken. Inmiddels is dat minder, er treedt toch een soort gewenning op. Het is belangrijk om een beetje lucht te brengen, kijken naar wat er wél kan. Ik werk veel met ACT (acceptance en commitment therapy, een vorm van gedragstherapie). Deze therapie is gebaseerd op het feit dat wij mensen taal tot onze beschikking hebben en ook razendsnel daarmee relaties kunnen leren. Taal helpt ons leuke dingen te herinneren, maar kan ook ons lijden verhogen (Corona is stom, ik kan niet doen wat ik wil, ik ben beperkt in mijn vrijheid). Elke keer dat je het woord Corona hoort doet dat wat met je gemoed. Wanneer je dan een gek liedje met het woord corona maakt krijg je een andere relatie met dat woord. ACT gaat ook over leven naar je waarden, naar wat echt belangrijk voor je is. Wat me opvalt is dat ik ook zie dat mensen hier juist nu meer zicht op krijgen. In de lockdown, beide ouders thuis aan het werk, de kinderen thuis van school ontstond ook de kans om met elkaar als gezin te lunchen of samen spelletjes te doen. Ik heb bij sommige kinderen gemerkt dat ze het heel fijn vonden dat ze meer tijd samen door brachten. Maar als je klein woont, vader zit te werken onder de hoogslaper van zijn dochter, moeder zit op de slaapkamer in een teamsvergadering en de kinderen zitten aan de keukentafel dan is het zwaar. We kennen ook de verhalen dat het in sommige gezinnen juist niet goed ging. Dat ouders elkaar te veel op de lip zaten wat soms leidt tot huiselijk geweld. Of gezinnen waar één computer in huis is. Ik heb mee gemaakt dat kinderen via school een laptop in bruikleen konden krijgen, maar dat ouders dat uit schaamte niet wilden. Wat anders achter de voordeur blijft werd nu meer zichtbaar.

Er is veel financiële steun uit de grond gestampt om ondernemers te ondersteunen, maar ik heb zowel in het begin als ook nu nog veel zorg gezien bij ouders met eigen bedrijven. Die spanning voelen kinderen ook. Of wanneer ouders hun (tijdelijke) baan kwijt raakten. Dat doet sowieso wat binnen een gezin, maar in een onzekere tijd als deze nog meer.

Is de schade die deze groep oploopt door de pandemie ernstig te noemen? Hoe gaan deze leeftijdsgroepen over het algemeen om met tegenslagen?

Zoals ik al eerder zei denk ik dat we ook veel weerbaarheid zien, we zijn vaak veerkrachtiger dan we denken te zijn. Ik heb heel veerkrachtige kinderen gezien. Maar het kan ook to much zijn, baan kwijt, ruzie binnen de familie, gescheiden ouders die niet op één lijn zitten als het gaat om de corona regels dan krijg je veel voor de kiezen. Ik maak me zelf vooral zorgen om de jongeren die hun identiteit aan het ontwikkelen zijn en hun leven naar volwassenheid aan het opbouwen zijn. Er werd vaak naar ze gewezen, maar ik zie juist dat deze jongeren vaak de maatregelen heel serieus nemen. Als studenten een huisfeestje hebben doen ze een zelftest van te voren. Het gros stond ook vooraan om zich te laten vaccineren. De tijd in je leven dat je met leeftijdgenoten wil zijn, zonder je ouders het leven ontdekken wordt nu enorm belemmerd. Er zijn grenzen aan de veerkracht.

Wat merken wij in de praktijk?

We zien meer jongeren met angst en somberheidsklachten, maar ook identiteitsproblemen. Ze hebben een onzeker toekomstperspectief. De coronapandemie is nog steeds onder ons en dan zijn er ook zorgen om het klimaat. Hun opleiding doen ze onder lastige omstandigheden, stages kunnen vaak niet doorgaan of moeten online. Op een middelbare school is het lastig vrienden maken wanneer je er aan begint in een lockdown.

Door corona is er een andere houding ontstaat t.a.v. sociale omgangsvormen en aanraken, zoenen etcetera. Wat betekent het dat er meer afstand gehouden wordt (bijvoorbeeld van opa’s en oma’s)? Wat doet dit met een kind en jongeren?

Het grappige is dat sommige jongeren het ook fijn vinden dat ze niet meer iedereen standaard hoeven te zoenen. Ik ben ook benieuwd of de drie zoenen terug komen of dat we elkaar meer gewoon een knuffel gaan geven. Ik weet niet of er zoveel afstand gehouden werd van opa’s en oma’s. Bij ons worden veel kinderen voor sessies gebracht door hun opa of oma, zij passen nog veel op. Van jonge kinderen kun je dat ook niet vragen. Voor een deel zullen sommige omgangsvormen terugkomen en voor een deel komen er andere voor in de plaats, de boks bijvoorbeeld en de eerder genoemde knuffel. Wat ingewikkelder is dat kerst opnieuw niet samen gevierd kan worden, dat verjaardagen er anders uit zien en misschien nog wel erger dat begrafenissen heel anders beleefd kunnen worden. Ik heb de afgelopen anderhalf jaar zelf drie online begrafenissen bij gewoond. Aan de ene kant is het fijn dat het kan, maar aan de andere kant ook heel verdrietig wanneer je de nabestaanden tot steun wil zijn. Van verpleegkundigen weet ik dat begrafenissen ook veel besmettingsrisico gaven, vooral voor ouderen. Afscheid nemen van een overleden dierbare is niet iets wat je over kunt doen, dan is het heel verdrietig dat je je aan allerlei beperkingen moet houden.

Ontstaan er nieuwe omgangsvormen voor kinderen onderling ontstaan door de pandemie?

Die indruk heb ik niet, zodra de maatregelen wat versoepelden zag ik jongeren weer meer met elkaar afspreken en ook kinderfeestjes werden gevierd. Misschien zelfs wel uitgebreider, omdat het bij de vorige verjaardag niet kon. Ik zie dat kinderen creatief zijn in hoe ze met elkaar om gaan. Dat zagen wij ook op het moment dat wij beeldbelsessies moesten hebben met kinderen. Ik ben elke keer weer onder de indruk van de veerkracht en creativiteit van kinderen. Hoe wij als volwassenen er mee omgaan doet er voor kinderen toe. Coping, hoe je met situaties omgaat leer je primair van je ouders.

Begrijpen (jonge) kinderen in wat voor een tijd we zitten?

Ik noemde eerder al de media en de impact daarvan op volwassenen. Voor kinderen geldt dat ook. Het jeugdjournaal dat over de persconferenties verslag doet, klokhuis die uitlegt wat een virus nou eigenlijk is en hoe een vaccin werkt. Kinderen krijgen dat mee. Je moet bij kinderen aansluiten bij hun ontwikkelingsniveau. Vertrouwen laten zien als ouders is ook belangrijk. We weten dat angst bij kinderen gevoed kan worden door de angst die ouders laten zien. Lukt het je als ouder om te kijken naar wat wél kan, naar wat er nog wél is of laat je als ouder vooral je eigen onvrede zien. Dat zien kinderen en dat voelen ze. Maak je van het handen wassen meer een tussen neus en lippen door activiteit of ben je panisch als er een keer niet meteen handen gewassen kunnen worden of moeten je kinderen steeds handgel gebruiken. Wij hebben op de praktijk ook handgel staan. Het viel me op dat kinderen al heel snel automatisch dat gebruikten als ze bij me binnen kwamen (ouders, of opa en oma doen daar soms moeilijker over). Kinderen wennen snel aan een nieuwe situatie. Het is wel goed om serieus te reageren op de vragen die ze hebben.

Wat is de impact van de beperkingen op sportactiviteiten op kinderen en jongeren?

Net als school zijn de sportverenigingen plekken waar kinderen elkaar kunnen ontmoeten, waar ze sociale vaardigheden leren, afspreken om samen te fietsen, conflicten leren oplossen. Wanneer ze daar niet naar toe kunnen ontnemen we ze een deel van hun ontwikkeling. Gelukkig kan er wel gesport worden nu, maar zijn de tijden weer aangepast. Voor sommige kinderen is het heel naar dat ouders niet mee mogen. Jonge kinderen die voor het eerst op zwemles gaan en in hun eentje daar naar toe moeten is natuurlijk niet fijn, voor zowel de kinderen als de ouders. Tegelijkertijd weten die jonge kinderen niet beter. Voor oudere kinderen is vooral de sociale beperking rot.

Wat betekent de pandemie voor de toekomst van de huidige jongere generatie (na corona)?

Ik maak me vooral zorgen om het onzekere toekomstperspectief. De onzekerheid van hoe Corona zal verlopen met de verschillende varianten en het klimaat, maar ook waar ze kunnen wonen is een belangrijk issue. De zorg om de toekomst is dus breder dan Corona. Wat betreft de middelbare scholieren van nu zie ik belemmeringen in hun sociale ontwikkeling en hun identiteitsontwikkeling. Ik zie ook veel druk vanuit het onderwijs. Enerzijds moeten kinderen presteren en willen de scholen goede examenresultaten halen, maar aan de andere kant hebben veel ze onderwijstijd gemist. Dat geeft veel stress bij jongeren. Maar ik zie ook dat hun flexibiliteit en weerbaarheid versterkt worden. Onderzoek en de toekomst zullen uitwijzen wat het voor deze generatie betekend heeft.

Creatief beroep met verantwoordelijkheid

Aan het eind van de middelbare school wilde ik graag een creatief beroep doen. Het werd Pedagogische Academie (nu PABO) en aansluitend psychologie aan de RUG. Ik studeerde af als ontwikkelingspsycholoog. Inmiddels ben ik GZ-psycholoog in de GBGGZ (voorheen eerstelijn) en kinder- en jeugdpsycholoog. Je zou het op het eerste gezicht misschien niet zeggen, maar het is een creatief beroep.

Bij elk kind dat onze praktijk binnenloopt vind ik het bijzonder dat ik het vertrouwen krijg om mee te mogen kijken met de ontwikkeling die ergens spaak loopt of ouders die onzeker zijn over hun aanpak. Opgeleid met het contractmodel van oud docente Janneke Bennema – Sybrandy* weet ik dat ouders je co-therapeut zijn. Ouders melden hun kind aan op advies van de huisarts, van school of de gemeente of op eigen initiatief. Vaak hebben ze geen idee wat de achtergrond is of het opleidingsniveau van de behandelaar. Soms weten ouders ook niet het verschil tussen een psycholoog en een psychiater of orthopedagoog. Is ook heel lastig. Ze moeten er dus maar op vertrouwen dat ze een goede zorgverlener te pakken hebben die kennis van zaken heeft en die als de kennis en vaardigheden niet in huis zijn zich daar bewust van is en door verwijst.

Sinds de transitie jeugdzorg valt ook de geestelijke gezondheidszorg voor de jeugd (jeugd GGZ) onder verantwoordelijkheid van de gemeente en is het woud alleen nog maar meer ondoorgrondelijk geworden. We kunnen het alleen maar helder maken voor ouders als we als zorgverleners de verantwoordelijkheid oppakken om heel helder uit te leggen aan ouders wat we doen en wat de grenzen van ons kunnen zijn. Dus ook als vaktherapeut, als basis orthopedagoog, als kindercoach. Onlangs hoorde ik de uitspraak van een orthopedagoog die zei als ouders geen label willen kan ik prima een kind met autisme zien. Ze ging hiermee voorbij aan het feit dat het niet om het label gaat maar om de specifieke kenmerken van autisme bij dit kind en de belemmeringen die ouders en kind hierbij ervaren. Het gaat niet om het label, maar om de beschrijvende diagnose van dit kind. En als je onvoldoende kennis van autisme hebt betekent dat dus óf bijscholen óf niet doen!

Ik ben zelf opgeleid in de eerstelijn en vond het erg prettig om daar (onder supervisie) mijn loopbaan te starten. Later heb ik ook in de specialistische zorg gewerkt, maar toen had ik al de nodige ervaring. Nu zien we vooral basispsychologen en -orthopedagogen in de specialistische setting die daar al dan niet in opleiding (met werkbegeleiding) werken. Er wordt dan vooral protocolair gewerkt. Als supervisor probeer ik ze het vertrouwen te geven om hun eigen draai aan de protocollen te leren geven.

Ik denk wel eens aan de somatische zorg en hoe opleidingen daar geregeld zijn. Daar is het niet mogelijk dat je als arts aan het werk gaat zonder je co-schappen gelopen te hebben. In de geestelijke gezondheidszorg maken we daar geen enkel probleem van. Zo kan het dus dat een kind met autisme niet altijd kan rekenen op de meest adequate zorg (wie verwijst, hoe kritisch kijken de ouders). Stel je dit eens voor met een kind met leukemie? Ondenkbaar toch?

Ik werk nog steeds in de eerstelijn voor alle leeftijden. Voor de jeugd bieden we ook meer specialistische zorg, indien nodig in samenwerking met een kinder- en jeugdpsychiater. Natuurlijk volgen we de richtlijnen op de voet en beschikken we over behandelprotocollen. Maar elk kind dat binnen komt bekijken we als N=1 en behandelen we op maat. Daar komt de creativiteit ook om de hoek kijken, de mogelijkheid tot improviseren tijdens een sessie wanneer deze anders verloopt dan gepland. Af te stemmen op ouders die misschien heel anders in het leven staan dan jijzelf. Met humor en creativiteit kom je een heel eind.

*Bennema-Sybrandy, J. A. (1996). Het contractmodel in de hulpverlening aan ouders en kinderen. In A. E. Jackson, & P. L. C. van Geert (Eds.), Afspreken in de hulpverlening (pp. 9 – 52). Houten-Diegem: Bohn, Stafleu, Van Loghum.